Bij detectie zoekt een hond naar een aangeleerde geur en maakt aan zijn handler duidelijk waar die geur zich bevindt.

Zoeken
Bij detectie werk je samen met je hond. Ik leer jou je hond begeleiden in het systematisch zoeken. Jouw neus kan de exacte locatie van de geur niet ontdekken, daarvoor moet je dus op je hond vertrouwen. Maar om een zoeking op een haalbare manier in te delen heeft je hond jou nodig. Voorwerpen op een rij, dat lukt nog wel met wat oefenen. Maar een grote muur, een voertuig (van fiets tot vrachtwagen) of een ruimte (leeg of propvol spullen)? Hoe begin je daar aan? Wat werkt voor jouw hond? Dat ontdekken we samen.

Geur
We bekijken samen welke geur bij jouw hond past. Bij de Nederlandse Speur en Detectiebond zijn de volgende geuren erkend voor wedstrijden en examens: steranijs, kardemom, koffie, tennisbal en rode kong. Andere geuren zijn in overleg mogelijk. Afhankelijk van het niveau wordt er met directe of indirecte geurbronnen van verschillende grootte gewerkt.

Alert
Ruimtelijke melding + aangeleerde melding = alert (indicatie)
Een hond geeft, soms subtiel, aan als hij iets interessants ruikt. Om het voor ons, als handler, makkelijker te maken om te zien wanneer de hond de aangeleerde geur gevonden heeft (en niet iets anders dat ook interessant is) leren we een alert aan. Dit is een zit, lig of sta gecombineerd met een aantal seconden staren naar de geurbron.
Ik leer de alert eerst apart aan op een deksel (target), zonder de geur. De koppeling met de geur wordt vrij snel gelegd. Maar door met een deksel zonder geur te blijven trainen kunnen we een heel stabiele alert uitbouwen en steeds elementen toevoegen zonder dat er bij het zoeken of het vinden van de geur extra druk ontstaat. Elke verbetering aan de indicatie die stabiel is op het deksel kan dan zonder probleem overgebracht worden naar de geur.

